Archief voor ‘Geen onderdeel van een categorie’ Categorie

De beëindigde bankrelatie | door Marwa Tribak

Posted by

In de wereld van financiën is de relatie tussen een bank en haar klanten enorm belangrijk. Een bank biedt namelijk verschillende diensten aan waar wij allen graag gebruik van maken in Nederland. Omdat het vertrouwen tussen de bank en de klant een grote rol speelt, komt het regelmatig voor dat een bank de bankrelatie opzegt met haar klant. Maar mag een bank dit zomaar doen?

Gevallen
Banken in Nederland hebben een plicht om te controleren en monitoren of de transacties van hun klanten niet misbruikt worden voor criminele activiteiten. Je kan hierbij onder andere denken aan witwassen en het financieren van terrorisme.

Op het moment dat een bank het vermoeden heeft dat hun klant verdachte transacties uitvoert, dient de bank hier uitgebreid onderzoek naar te verrichten. Het is voor de klant verstandig om hieraan mee te werken, aangezien klanten verplicht zijn om de benodigde informatie te verstrekken aan de bank. Deze informatie kan gaan over de (verdachte) transacties die zijn uitgevoerd, inkomstenbronnen en (ongebruikelijke) geldopnames. Wanneer de klant tijdens zo’n onderzoek weigert om mee te werken, kan de bank ervoor kiezen om de bankrelatie per direct op te zeggen.

Wetgeving
Ondanks het feit dat banken een belangrijke rol spelen in het economisch verkeer, hebben zij in bepaalde gevallen het recht om de bankrelatie met haar klanten op te zeggen. Belangrijk om te weten is dat banken dit niet altijd mogen doen. Omdat banken een belangrijke rol spelen in het dagelijkse leven van een burger, dienen zij rekening te houden met de belangen van hun klanten. Het is daarom voor een bank van belang dat zij kijken naar alle omstandigheden en vervolgens de belangen van de bank en van de klant tegen elkaar afwegen. Op basis daarvan zal de bank een concrete beslissing moeten nemen.

Indien zij ervoor kiezen om over te gaan tot het beëindigen van de bankrelatie, zijn zij verplicht de klant hiervan op de hoogte te stellen. Zij moeten dus aan de klant uitleggen waarom zij besloten hebben om de bankrelatie te beëindigen. In praktijk wordt er een brief verstuurd, waarin de uitleg over de beslissing van de bank staat.

Gevolgen
Wanneer de bankrelatie met de klant wordt beëindigd, kan dit grote gevolgen met zich meebrengen. De klant in kwestie kan bijvoorbeeld ingeschreven worden in het Intern Verwijzingsregister. Hierin worden de gegevens opgenomen van personen die een buitengewoon risico vormen voor bepaalde organisaties. In dit geval is de organisatie de bank. Dit kan met zich meebrengen dat de klant géén verzekeringen meer kan afsluiten, géén hypotheek meer kan krijgen of überhaupt geen nieuwe bankrekening kan openen. Kortom brengt het beëindigen van de bankrelatie en de inschrijving in het Intern Verwijzingsregister grote gevolgen met zich mee voor de klant.

Herstel bankrelatie
Mocht de klant van mening zijn dat de bankrelatie onterecht is beëindigd, dan kan hij de bank verzoeken deze te herstellen. Als de bank ervoor kiest om hier géén gehoor aan te geven, dan kan de klant bij een kort geding verzoeken om een herstel van de bankrelatie. Een kort geding is een snelle procedure die je start als er op korte termijn een uitspraak moet komen van de rechter. In dat geval zal de rechter binnen een termijn van twee weken uitspraak doen.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot een beëindigde bankrelatie, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

 

Wat te doen als een defect product schade heeft veroorzaakt? | door Eline Maring

Posted by

Wanneer u een product met gebreken heeft gekocht en dit schade heeft veroorzaakt aan uzelf of aan uw eigendommen, heeft u het recht om die schade te verhalen op de producent. Dit proces omvat echter specifieke regels die in de wet zijn vastgelegd en soms verwarrend kunnen zijn. In dit artikel leg ik u deze regels uit op een begrijpelijke manier.

Productaansprakelijkheid
Productaansprakelijkheid  heeft betrekking op schade aan andere eigendommen, veroorzaakt door een gebrekkig product. Wanneer u een product koopt, mag u daar een bepaalde verwachting van hebben. Denk bijvoorbeeld aan de veiligheid van het product.  Een product dat u koopt moet aan de overeenkomst beantwoorden. Dit heet conformiteit . De geleverde zaak moet de eigenschappen en kenmerken hebben die de koper redelijkerwijs mag verwachten op basis van de overeenkomst. Dit geldt ook voor eventuele gebreken. Als een product niet aan de verwachtingen voldoet, wordt het als gebrekkig  beschouwd. Wat u van een product mag verwachten hangt af van de presentatie van het product, het verwachte gebruik en wanneer het product op de markt is gebracht. Dat kan dus per situatie verschillend zijn. De schade die vergoed kan worden omvat letselschade, overlijden of schade aan eigendommen. Het is echter belangrijk op te merken dat de schade aan zaken die in de privésfeer worden gebruikt, groter moet zijn dan € 500,-.

De bewijslast
Bij non-conformiteit wordt vermoed dat de zaak bij levering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, wanneer de afwijking zich binnen een termijn van één jaar na aflevering heeft voorgedaan. In het geval dat een product schade heeft veroorzaakt aan uw eigendommen, ligt de verantwoordelijkheid om bewijs  te leveren van de schade in principe bij u. Dit betekent dat u moet aantonen dat het product gebrekkig was én dat er een verband bestaat tussen dit gebrek en de schade die u heeft geleden. Dit lijkt misschien ingewikkeld, maar als een product bijvoorbeeld niet aan de verwachte veiligheidsnormen voldoet, wordt het in beginsel automatisch als gebrekkig beschouwd. Wat betreft het verband moet u kunnen aantonen dat zonder gebrek, de schade niet zou zijn opgetreden.

Verweren
De fabrikant die het product dat schade heeft veroorzaakt heeft geproduceerd, kan een aantal verweren gebruiken om aan te tonen dat het product niet gebrekkig is. In deze gevallen ligt de bewijslast bij de fabrikant. Enkele voorbeelden van verweren zijn:

  • Het product is niet door de fabrikant op de markt gebracht;
  • Het product was niet bedoeld voor de verkoop;
  • Het gebrek is het gevolg van overheidsvoorschriften; of
  • Het was voor de fabrikant onmogelijk om het gebrek te ontdekken.

 Wie is er aansprakelijk?
De partij die u aansprakelijk kan stellen is de fabrikant, maar ook de partij die zichzelf als de maker van het eindproduct presenteert. In situaties waarin de schade boven de € 500,- ligt, moet u de fabrikant aansprakelijk stellen. Winkeliers  worden meestal beschermd in dit soort gevallen, waardoor u schade boven de € 500,- niet op hen kunt verhalen. Schade onder de € 500,- kunt u wel op de winkelier verhalen.

Conclusie
Als een gebrekkig product schade heeft veroorzaakt aan andere eigendommen, kunt u de fabrikant van het product aansprakelijk stellen. Schade onder de € 500,- kunt u verhalen op de winkelier, schade boven de € 500,- op de fabrikant. Het is belangrijk om te onthouden dat u de bewijslast heeft met betrekking tot het gebrekkige product. Dit is een complex onderwerp.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot een defect product, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Zwangerschap en werk | door Bouke van Brussel

Posted by

Voor een vrouw in een fysiek veeleisende baan kan een zwangerschap grote gevolgen hebben. Ontdek wat u moet weten over zwangerschap en het verrichten van zwaar werk in dit artikel!

Arbeidsomstandigheden tijdens de zwangerschap
De werkgever is verplicht om de belasting van de werkzaamheden van een zwangere vrouw zoveel mogelijk te beperken. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden mag de zwangerschap geen risico lopen. Fysieke belasting is een voorbeeld van een risico waar een zwangere werkneemster en haar werkgever rekening mee moeten houden. Hier vallen onder andere tillen en dragen, duwen en trekken en staand werk onder. Vooral gedurende de laatste 26 weken voor de bevalling kan zware lichamelijke arbeid schadelijk zijn voor de baby.

Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie is er verder een aantal specifieke werkzaamheden die wettelijk verboden zijn:

  • dagelijks meer dan eenmaal per uur hurken, knielen, bukken of staande voetpedalen bedienen tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap;
  • meer dan tien kilo in een handeling tillen tijdens de hele zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling;
  • meer dan tien keer per dag gewichten van meer dan vijf kilo tillen vanaf de 20ste week van de zwangerschap; en
  • meer dan vijf keer per dag gewichten van meer dan vijf kilo tillen vanaf de 30ste week van de zwangerschap.

De werkgever is verplicht om binnen twee weken na de melding van de zwangerschap de werkneemster in te lichten over de risico’s van het werk voor de vrouw en de baby. Daarnaast is de werkgever verplicht om ervoor te zorgen dat de zwangere werkneemster zo min mogelijk fysiek zwaar werk doet. Dit geldt tot zes maanden na de bevalling.

Tijdens de zwangerschap heeft de werkneemster bovendien recht op regelmatige werktijden en rusttijden. Hieronder vallen bijvoorbeeld extra pauzes, geen overwerk en geen nachtdiensten.

Melden van zwangerschap aan werkgever
In principe mag een zwangere vrouw zelf bepalen wanneer zij haar zwangerschap mededeelt aan haar werkgever. Dit kan tot uiterlijk drie weken voordat het zwangerschapsverlof begint. Dan moet de werkgever geïnformeerd zijn.

Zwangerschapsverlof
Een zwangere vrouw heeft recht op minimaal zestien weken verlof. Hiervan zijn zes weken zwangerschapsverlof en minstens tien weken bevallingsverlof. Uiterlijk vier weken voor de dag van de uitgerekende bevallingsdatum gaat het zwangerschapsverlof in. Als er wordt gekozen voor vier weken zwangerschapsverlof, worden de overige twee weken opgeteld bij het bevallingsverlof. U vindt informatie over de hoogte van de uitkering in de CAO die van toepassing is op uw sector. De werkgever kan het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet weigeren.

Ontslagverbod
De werkgever mag een werkneemster niet ontslaan gedurende haar zwangerschap. Dit ontslagverbod geldt vanaf de eerste dag van de zwangerschap tot en met zes weken nadat de werkneemster weer is begonnen met werken. Wel is het mogelijk een contract voor bepaalde tijd dat afloopt niet te verlengen, tenzij de reden hiervoor zwangerschap is.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot uw rechten op uw werk tijdens de zwangerschap, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Min-uren bij einde dienstverband: Wat gebeurt er met openstaande uren? | door Eline Maring

Posted by

Het komt regelmatig voor dat werknemers een contract hebben voor bijvoorbeeld 32 uur per week, maar in de praktijk slechts 24 uur werken, waardoor ze wekelijks 8 uur aan min-uren opbouwen. Verschillende factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen. Gedurende het opbouwen van deze min-uren ontvangt de werknemer in principe zijn volledige salaris. Vaak wordt verwacht dat de werknemer de uren op een later tijdstip compenseert. Er kunnen echter situaties ontstaan waarin dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld door het beëindigen van het dienstverband. De wijze waarop deze min-uren aan het einde van het contract worden afgewikkeld, hangt af van de specifieke omstandigheden en redenen die hieraan ten grondslag liggen.

Min-uren
Het kan dus voorkomen dat een werknemer minder uren werkt dan in het arbeidscontract is vastgelegd. Als deze uren niet het gevolg zijn van ziekte of verlof, worden ze als min-uren opgebouwd. Het uitgangspunt is dat een werkgever verplicht is de werknemer in te zetten voor de afgesproken arbeidsuren. Indien dit niet mogelijk is, komen deze min-uren in eerste instantie voor rekening van de werkgever. Hiervan kan alleen worden afgeweken als de reden voor het niet werken logischerwijs aan de werknemer kan worden toegeschreven, zoals wanneer de werknemer zonder toestemming niet komt werken of zich onvoldoende beschikbaar stelt.

Over het algemeen geldt dat een werkgever de min-uren moet compenseren, tenzij het niet mogelijk was de werknemer in te zetten conform de overeengekomen arbeidsuren. In de eerste zes maanden van het arbeidscontract kan van dit principe worden afgeweken. Na deze periode is afwijking van de regeling alleen toegestaan op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) en onder specifieke voorwaarden. Veelal staat in de CAO vermeld dat opgebouwde min-uren binnen zes maanden na het kalenderjaar moeten worden ingehaald, en dat ze anders vervallen. Tevens wordt vaak in de CAO bepaald of en wanneer openstaande min-uren bij beëindiging van het dienstverband moeten worden terugbetaald. Het inhouden van min-uren moet echter in overeenstemming zijn met de geldende regels en mag niet zomaar plaatsvinden.

Risicosfeer
De verantwoordelijkheid met betrekking tot het onderwerp van min-uren ligt in grotere mate bij de werkgever en niet bij de werknemer. Het is de taak van de werkgever om actief de gelegenheid te bieden aan de werknemer om min-uren in te halen. In situaties waarin er onvoldoende werk is, draagt de werkgever het risico van de niet-gewerkte uren en dient het normale salaris volledig te worden doorbetaald.

Zelfs wanneer de werkgever passief toestaat dat een werknemer min-uren opbouwt, kan dit voor rekening komen van de werkgever. Van de werkgever wordt verwacht dat deze tijdig en effectief handelt wanneer er een overschot aan min-uren ontstaat. Dit kan worden gerealiseerd door de werknemer meer in te plannen of te ondersteunen bij het beheersen van de min-uren. Het is bovendien van belang dat de werkgever de werknemer tijdig aanspreekt op het inhalen van de min-uren.

Min-uren voor rekening van de werknemer
Als een werknemer herhaaldelijk en zonder gegronde reden weigert om een redelijk verzoek tot het inhalen van uren goed te keuren, kunnen de min-uren voor rekening van de werknemer komen. De werkgever moet dan kunnen aantonen dat de werknemer niet beschikbaar was om de min-uren in te halen.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot de afwikkeling van min-uren, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

De uitleg van bepalingen in een overeenkomst | door Annabel Roos

Posted by

De uitleg van een bepaling in overeenkomst is een veel voorkomende discussie tussen de contractspartijen. In het Haviltex-arrest uit 1981 is bepaald dat het bij de uitleg van overeenkomsten aankomt op ‘de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten’.

Hieruit kan worden opgemaakt dat niet enkel de letterlijke tekst belangrijk is bij de uitleg van een bepaling, maar ook de bedoeling die de partijen hadden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Het Haviltex-criterium gebiedt, simpel gezegd, dat een contract moet worden uitgelegd op basis van alle omstandigheden van het geval. Deze uitlegmethode kan een ruime interpretatie van contractsbepalingen meebrengen.

Afwijken van het Haviltex-criterium
Op 25 augustus 2023 lijkt de Hoge Raad terug te komen op de ruime uitlegmethode. In de desbetreffende zaak hebben de contractspartijen in de overeenkomst opgenomen dat de letterlijke tekst prevaleert boven de bedoeling van de partijen. Hiermee hebben zij dus nadrukkelijk afstand gedaan van het door de Hoge Raad ontwikkelde Haviltex-criterium. Een van de partijen wilde hier bij de Hoge Raad op terugkomen door te stellen dat het uitsluiten van het Haviltex-criterium in strijd is met het geldende recht.

De Hoge raad heeft het standpunt van deze partij verworpen. Het lijkt aldus toegestaan om het Haviltex-criterium contractueel uit te sluiten, maar dit zal in de toekomst in de rechtspraktijk bevestigd moeten worden.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking de uitleg van een overeenkomst, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Het bestemmingsplan: Is afwijken mogelijk? | door Thijs Gielen

Posted by

Stel: u wilt graag een extra huis voor uw zoon of dochter bouwen in uw (grote) achtertuin. Een goede oplossing voor de woningnood toch? Helaas is dit niet altijd toegestaan. Het bouwen van een tweede woonhuis op een perceel kan namelijk in strijd zijn met het bestemmingsplan van uw gemeente. In een bestemmingsplan staat wat is toegestaan op een bepaalde plek. In sommige gevallen kunt u afwijken van het bestemmingsplan.

Drie situaties
Afwijken van een bestemmingsplan is alleen mogelijk door een omgevingsvergunning aan te vragen bij uw gemeente. Dit kunt u meestal digitaal doen. De wet zegt dat er drie situaties zijn waarin kan worden afgeweken van een bestemmingsplan, namelijk:

  • binnenplans afwijken;
  • afwijken bij kruimelgevallen; en
  • buitenplans afwijken.

Binnenplans afwijken
Bij elk bestemmingsplan horen ‘planregels’. Deze kunt u vinden op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. In de planregels legt de gemeente vast welke regels bij een bestemmingsplan horen. Ook legt de gemeente vast wanneer u binnenplans mag afwijken van het bestemmingsplan. Als een dergelijke situatie zich voordoet, dan mag u door middel van een reguliere procedure afwijken. Het voordeel van deze reguliere procedure is dat u relatief snel (meestal binnen ongeveer twee maanden) een antwoord heeft. Ook is het vaak relatief goedkoop, meestal rond de honderd euro.

Afwijken bij kruimelgevallen
De tweede mogelijkheid is het afwijken bij kruimelgevallen. In de wet is opgenomen wanneer een situatie wordt aangemerkt als een kruimelgeval. Ook kunt u deze gevallen op de volgende website zien: https://www.omgevingsweb.nl/themadossier/kruimelregeling/. Valt uw situatie onder de kruimelregeling, dan is afwijken ook mogelijk door middel van een reguliere procedure.

U zult zien dat de volgende categorie ook is opgenomen in de lijst: “Ander tijdelijk gebruik van gronden of bouwwerken.” Mocht u op deze categorie een beroep willen doen, dan is het noodzakelijk om eerst juridisch advies in te winnen. Het kan namelijk zijn dat er een ongeschreven uitzondering op deze categorie is. U kunt bijvoorbeeld geen beroep op deze categorie doen, als u een tweede woonhuis wilt bouwen op een perceel.

Buitenplans afwijken
De laatste mogelijkheid is buitenplans afwijken. U kijkt alleen naar deze mogelijkheid als u niet binnenplans kunt afwijken en als er geen kruimelgeval van toepassing is. U kunt dit zien als een restcategorie. Het nadeel bij deze mogelijkheid is dat u de uitgebreide procedure moet volgen. Deze procedure duurt meestal langer dan zes maanden en kost vaak vele duizenden euro’s.

Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet. Deze wet zal naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treden, mits de inwerkingtreding niet wordt uitgesteld. De nieuwe wet heeft tot gevolg dat de informatie uit dit artikel slechts van toepassing is tot de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot het afwijken van een bestemmingsplan, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Mijn werkgever is failliet verklaard, wat zijn mijn rechten? | door Sahar Ismail

Posted by

Wanneer de werkgever in faillissement de kosten niet meer kan betalen, heet dit betalingsonmacht. Voor de werknemer betekent dit dat hij geen loon meer krijgt en hoogstwaarschijnlijk zijn baan zal verliezen. In dit artikel wordt meer informatie gegeven over de werknemer die werkzaam is bij een failliet verklaarde werkgever.

De curator
Wanneer de werkgever failliet wordt verklaard, benoemt de rechtbank een curator. De curator handelt het faillissement af en neemt de rol van de werkgever over. De curator heeft dan de bevoegdheid om alle arbeidsovereenkomsten op te zeggen. Hij kan ook de arbeidsovereenkomst opzeggen wanneer de werknemer voor langere tijd ziek is.

Als de curator besluit de arbeidsovereenkomst op te zeggen, geldt een opzegtermijn van maximaal zes weken. Dat betekent dat het dienstverband van de werknemer maximaal zes weken doorloopt nadat het contract is opgezegd. De curator bepaalt of er in deze periode gewerkt moet worden. Tijdens deze periode heeft de werknemer recht op loon. U hoeft dus niet te stoppen met werken en u hoeft zich ook niet ziek te melden (tenzij u natuurlijk daadwerkelijk ziek bent).

De curator kijkt daarnaast altijd of er een mogelijkheid is voor het bedrijf om een doorstart te maken. Dit betekent dat de rechter het huidige bedrijf failliet verklaart en het bedrijf doorgaat onder een nieuwe naam als een ‘nieuw bedrijf’. Het kan dus zijn dat de werknemer zijn baan behoudt, alleen is het dan onder een andere naam en/of functienaam. Als de werknemer dit aanbod weigert, is het mogelijk dat zijn recht op een WW-uitkering komt te vervallen.

Uitkeringen UWV
Wanneer de werkgever het loon van de werknemer niet meer kan betalen, kan de werknemer zich melden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: “UWV”). Als de reden van het ontslag faillissement of uitstel van betaling is, dan kan de werknemer een faillissementsuitkering krijgen. Deze uitkering moet de werknemer zelf aanvragen bij het UWV.

Het UWV betaalt dan:

  • Het nog niet ontvangen loon van maximaal 13 weken tot uw ontslag;
  • Het loon vanaf uw ontslag tot het einde van de opzegtermijn, maximaal zes weken; en
  • Het vakantiegeld, de openstaande vakantiedagen en de pensioenpremies over de laatste twaalf maanden tot het ontslag.

De werknemer ontvangt van de curator een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst waarin hij meer informatie krijgt over welke uitkeringen hij kan aanvragen en op welke manier hij dit kan doen.

Wanneer de faillissementsuitkering verlopen is en de werknemer nog steeds geen andere baan heeft gevonden, kan deze een WW-uitkering aanvragen. De WW-uitkering moet binnen één week na het einde van de opzegtermijn bij de failliete werkgever aangevraagd worden.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot de rechten van een werknemer bij een failliete werkgever, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Roddelen op de werkvloer: is dit een reden voor ontslag? | door Julia Leeters

Posted by

Op de werkvloer komt het vaak voor dat collega’s onderling niet goed met elkaar overweg kunnen. Wanneer de spanningen een hoogtepunt bereiken, kan een impulsieve negatieve opmerking over de ander snel gemaakt worden. Dergelijke uitlatingen kunnen als onaangenaam worden ervaren door andere werknemers, die deze kwestie mogelijk rapporteren aan de werkgever. Vervolgens is het mogelijk dat de werkgever zich afvraagt of deze situatie genoeg reden vormt om over te gaan tot het beëindigen van het dienstverband.

De eisen voor ontbinding
Zodra een werkgever het dienstverband wil beëindigen, moet er voldaan zijn aan een aantal voorwaarden. Allereerst moet er sprake zijn van een redelijke grond. Onder een redelijke grond verstaan we een reden die de beëindiging rechtvaardigt. Dit wordt in de volgende alinea nader uitgewerkt. Daarnaast moet herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet te realiseren zijn. Herplaatsing is nooit te realiseren als de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld of heeft nagelaten te handelen. Voorbeelden hiervan zijn diefstal of werkweigering. De situatie moet zo ernstig zijn dat niet van de werkgever verlangd kan worden dat de werknemer in dienst wordt gehouden.

Redelijke grond
Een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst kan vervolgens op diverse gronden worden gebaseerd. In dit stuk behandelen we alleen de gronden die relevant zijn voor deze situatie. Allereerst kijken we naar de d-grond. Deze grond verwijst naar het disfunctioneren van de werknemer. Hiervoor is het noodzakelijk dat de werknemer tijdig op de hoogte is gesteld en de kans heeft gehad zijn of haar functioneren te verbeteren. De tweede grond is de verstoorde arbeidsverhouding, ook wel de g-grond genoemd. Hierbij is vereist dat het voor de werkgever redelijkerwijs niet mogelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Tot slot de i-grond, waarbij een combinatie van verschillende gronden ervoor zorgt dat het voor de werkgever redelijkerwijs niet mogelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te zetten.

Beoordeling en conclusie
De rechter dient te beoordelen of de verstoorde arbeidsrelatie onherstelbaar is. De verzoeker dient zijn of haar beweringen te onderbouwen met overtuigend bewijs, met name gericht op een aangetoond negatief of onwenselijk communicatiepatroon. Hoewel een opmerking als persoonlijke aanval kan worden opgevat, is voldoende onderbouwing essentieel. Indien deze onderbouwing ontbreekt, resulteert dit in de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van het dienstverband. Het uiten van negatieve opmerkingen over een collega op de werkvloer, oftewel roddelen, wordt dus niet automatisch beschouwd als grond voor ontslag.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking redenen voor ontslag, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

De vaststellingsovereenkomst: Is een handtekening noodzakelijk? | door Frederique Donders

Posted by

Het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is voor zowel werkgevers als werknemers een veelgebruikte methode om een dienstverband te beëindigen. Het zorgt voor duidelijkheid en zekerheid voor beide partijen. Er bestaat echter een wijdverspreid misverstand dat deze overeenkomst alleen rechtsgeldig zou zijn als beide partijen hun handtekening eronder zetten. Is een handtekening van beide partijen altijd noodzakelijk om deze overeenkomst daadwerkelijk rechtsgeldig te maken?

Het wettelijk kader
Een overeenkomst wordt doorgaans als rechtsgeldig beschouwd wanneer er sprake is van een aanbod, een aanvaarding en wederzijdse verplichtingen. Op grond van de Nederlandse wet moet een overeenkomst tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst schriftelijk worden aangegaan. Dit heeft bij veel mensen de indruk gewekt dat een handtekening een absolute voorwaarde is voor rechtsgeldigheid. Het begrip ‘schriftelijk’ is echter breder dan vaak wordt gedacht en laat enige ruimte over voor andere vormen van vastlegging.

De interpretatie van ‘schriftelijk’
De term ‘schriftelijk’ in de wet kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Het kan verwijzen naar een fysiek document, maar ook naar digitale communicatie zoals e-mails of zelfs tekstberichten. Wat van cruciaal belang is, is dat er een duidelijke intentie van instemming door beide partijen kan worden aangetoond. Dit kan via meerdere communicatiemiddelen en hoeft niet per se een fysieke handtekening te zijn.

De overeenstemming
In het contractenrecht wordt vaak de nadruk gelegd op het principe van overeenstemming. De kern van een vaststellingsovereenkomst is dat er een duidelijk akkoord is tussen beide partijen. Dit kan bevestigd worden door uitgewisselde e-mails, mondelinge afspraken die later schriftelijk zijn vastgelegd, of zelfs een geluidsopname waarin beide partijen hun instemming verklaren. Juridisch gezien maakt het ontbreken van een handtekening de overeenkomst niet per se ongeldig.

Het idee dat een vaststellingsovereenkomst voor het beëindigen van een dienstverband enkel rechtsgeldig is met handtekeningen van beide partijen is een misverstand. De Nederlandse wet vereist enkel een ‘schriftelijke’ overeenkomst, een term die breder is dan vaak wordt gedacht. Dit kan variëren van een fysiek document tot e-mails of zelfs tekstberichten. Het essentiële element is wederzijdse instemming, die op meerdere manieren kan worden vastgelegd. Een handtekening is doorgaans het nuttigst voor beide partijen, maar is niet strikt noodzakelijk voor de rechtsgeldigheid van een vaststellingsovereenkomst.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot de rechtsgeldigheid van uw vaststellingsovereenkomst, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.

Ik ben ziek geworden tijdens mijn vakantie, wat nu? | door Rapina Pararajasingam

Posted by

Stel, u heeft uw vakantiedagen opgenomen maar u wordt ziek tijdens uw vakantie. Dit is natuurlijk vervelend en zonde van uw vakantiedagen, maar misschien is er nog een oplossing voor. Wilt u weten hoe dit geregeld is? Lees dan snel verder!

Ziek tijdens vakantie
Een werknemer die ziek wordt tijdens zijn vakantie, dient dit direct te melden bij zijn werkgever. Een werkgever mag namelijk geen vakantiedagen inhouden in de periode waarin een werknemer ziek is. Zodra de ziekmelding is gemeld, zal de werkgever de vakantiedagen om moeten zetten in ziektedagen. Dit betekent dus dat de werknemer de vakantiedagen nog op een ander moment kan inzetten. Dit is anders indien een werknemer ermee instemt om zijn verlofdagen op te nemen tijdens zijn ziekte.

Ziek voor een lange periode
In de meeste gevallen moet de werkgever het loon voor de zieke werknemer doorbetalen. De doorbetaling gebeurt voor een periode van maximaal twee jaar. Indien de arbeidsovereenkomst eindigt binnen een periode van twee jaar, stopt ook de doorbetaling van de zieke werknemer. De termijn van twee jaar gaat in vanaf het moment van de ziekmelding. Als er tussen twee ziekteperiodes minder dan 4 weken zitten, tellen deze als één ziekteperiode. Dit is van belang om te bepalen wanneer de doorbetalingsperiode van twee jaar ten einde loopt.

Overgebleven vakantiedagen na einde arbeidsovereenkomst
Indien een werknemer nog ongebruikte vakantiedagen heeft en zijn arbeidsovereenkomst tot een eind komt, heeft de werknemer recht op uitbetaling van de overgebleven vakantiedagen. Dit is in de wet geregeld. Hierbij wordt een vakantiedag gezien als een werkdag. Afspraken hierover kunnen zijn opgenomen in een arbeidsovereenkomst of in de CAO.

Indien een werkgever de overgebleven vakantiedagen na het einde van de arbeidsovereenkomst niet wil uitbetalen, is het belangrijk dat werkgever en werknemer samen in gesprek gaan. Door te communiceren kunnen onderlinge misverstanden worden verhelderd. Daarnaast kan de werknemer een schriftelijk verzoek doen aan de werkgever om zijn vakantiedagen uit te betalen. Indien de werkgever niet reageert op het schriftelijk verzoek, kan de werknemer een aangetekende brief sturen naar de werkgever. Hierin maakt de werknemer duidelijk dat hij juridische stappen zal ondernemen indien de overgebleven vakantiedagen niet worden uitbetaald.

Indien u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft met betrekking tot ziekte tijdens uw vakantie, dan helpen wij u graag. Iedere dinsdag- en donderdagavond kunt u tussen 19:30 uur en 20:45 uur zonder afspraak binnenlopen bij ons spreekuur.